WILLEM VAN ORANJE
" Vader des Vaderlands " 1533 - 1584
Prins van Oranje, Graaf van Nassau, Katzenelnbogen, Vianden en Dietz
 

Het Wilhelmus

 

De oude tekst

Een Nieu Christelick Liedt

Wilhelmus van Nassouwe
Ben ick van Duytschen bloet,
Den Vaderlant getrouwe
Blyf ick tot in den doot:
Een Prince van Oraengien
Ben ick vrij onverveert,
Den Coninck van Hispaengien
Heb ick altijt gheeert
.

In Godes vrees te leven
Heb ick altyt betracht,
Daerom ben ick verdreven
Om Landt om Luyd ghebracht:
Maer God sal mij regeren
Als een goet Instrument,
Dat ick zal wederkeeren
In mijnen Regiment.

Lydt u myn Ondersaten
Die oprecht zyn van aert,
Godt sal u niet verlaten
Al zijt ghy nu beswaert:
Die vroom begheert te leven
Bidt Godt nacht ende dach,
Dat hy my cracht wil gheven
Dat ick u helpen mach.

Lyf en goet al te samen
Heb ick u niet verschoont,
Mijn broeders hooch van Namen
Hebbent u oock vertoont:
Graef Adolff is ghebleven
In Vriesland in den slaech,
Syn Siel int ewich Leven
Verwacht den Jongsten dach.

Edel en Hooch gheboren
Van Keyserlicken Stam:
Een Vorst des Rijcks vercoren
Als een vroom Christen man,
Voor Godes Woort ghepreesen
Heb ick vrij onversaecht,
Als een Helt sonder vreesen
Mijn edel bloet ghewaecht.

Mijn Schilt ende betrouwen
Sijt ghy, o Godt mijn Heer,
Op u soo wil ick bouwen
Verlaet mij nimmermeer:
Dat ick doch vroom mach blijven
V dienaer taller stondt,
Die Tyranny verdrijven,
Die my mijn hert doorwondt.

Van al die my beswaren,
End mijn Vervolghers zijn,
Mijn Godt wilt doch bewaren
Den trouwen dienaer dijn:
Dat sy my niet verrasschen
In haren boosen moet,
Haer handen niet en wasschen
In mijn onschuldich bloet.

Als David moeste vluchten
Voor Saul den Tyran:
Soo heb ick moeten suchten
Met menich Edelman:
Maer Godt heeft hem verheven
Verlost uit alder noot,
Een Coninckrijk ghegheven
In Israel seer groot.

Na tsuer sal ick ontfanghen
Van Godt mijn Heer dat soet,
Daer na so doet verlanghen
Mijn Vorstelick ghemoet:
Dat is dat ick mach sterven
Met eeren in dat Velt,
Een eewich Rijck verwerven
Als een ghetrouwe Helt
.

Niet doet my meer erbarmen
In mijnen wederspoet,
Dan dat men siet verarmen
Des Conincks Landen goet,
Dat v de Spaengiaerts crencken
O Edel Neerlandt soet,
Als ick daer aen ghedencke
Mijn Edel hert dat bloet.

Als een Prins op gheseten
Met mijner Heyres cracht,
Van den Tyran vermeten
Heb ick den Slach verwacht,
Die by Maestricht begraven
Bevreesde mijn ghewelt,
Mijn ruyters sach men draven.
Seer moedich door dat Velt.

Soo het den wille des Heeren
Op die tyt had gheweest,
Had ick gheern willen keeren
Van v dit swaer tempeest:
Maer de Heer van hier boven
Die alle dinck regeert.
Diemen altijd moet loven
En heeftet niet begheert.

Seer Prinslick was ghedreven
Mijn Princelick ghemoet,
Stantvastich is ghebleven
Mijn hert in teghenspoet,
Den Heer heb ick ghebeden
Van mijnes herten gront,
Dat hy mijn saeck wil reden,
Mijn onschult doen bekant.

Oorlof mijn arme Schapen
Die zijt in grooten noot,
V Herder sal niet slapen
Al zijt ghy nu verstroyt:
Tot Godt wilt v begheven,
Syn heylsaem Woort neemt aen,
Als vrome Christen leven,
Tsal hier haest zijn ghedaen.

Voor Godt wil ick belijden
End zijner grooter Macht
,
Dat ick tot gheenen tijden
Den Coninck heb veracht:
Dan dat ick Godt den Heere
Der hoochster Maiesteyt,
Heb moeten obedieren,
In der gherechticheyt.

De nieuwe tekst

Een nieuw christelijk lied

Wilhelmus van Nassouwe
ben ik, van Duitsen bloed,
den vaderland getrouwe
blijf ik tot in den dood.
Een Prinse van Oranje
ben ik, vrij onverveerd,
den Koning van Hispanje
heb ik altijd geëerd.

In Godes vrees te leven
heb ik altijd betracht,
daarom ben ik verdreven,
om land, om luid gebracht.
Maar God zal mij regeren
als een goed instrument,
dat ik zal wederkeren
in mijnen regiment.

Lijdt u, mijn onderzaten
die oprecht zijt van aard,
God zal u niet verlaten,
al zijt gij nu bezwaard.
Die vroom begeert te leven,
bidt God nacht ende dag,
dat Hij mij kracht zal geven,
dat ik u helpen mag.

Lijf en goed al te samen
heb ik u niet verschoond,
mijn broeders hoog van namen
hebben 't u ook vertoond:
Graaf Adolf is gebleven
in Friesland in den slag,
zijn ziel in 't eeuwig leven
verwacht den jongsten dag.

Edel en hooggeboren,
van keizerlijken stam,
een vorst des rijks verkoren,
als een vroom christenman,
voor Godes woord geprezen,
heb ik, vrij onversaagd,
als een held zonder vreden
mijn edel bloed gewaagd.

Mijn schild ende betrouwen
zijt Gij, o God mijn Heer,
op U zo wil ik bouwen,
Verlaat mij nimmermeer.
Dat ik doch vroom mag blijven,
uw dienaar t'aller stond,
de tirannie verdrijven
die mij mijn hart doorwondt.

Van al die mij bezwaren
en mijn vervolgers zijn,
mijn God, wil doch bewaren
den trouwen dienaar dijn,
dat zij mij niet verassen
in hunnen bozen moed,
hun handen niet en wassen
in mijn onschuldig bloed.

Als David moeste vluchten
voor Sauel den tiran,
zo heb ik moeten zuchten
als menig edelman.
Maar God heeft hem verheven,
verlost uit alder nood,
een koninkrijk gegeven
in Israël zeer groot.

Na 't zuur zal ik ontvangen
van God mijn Heer dat zoet,
daarna zo doet verlangen
mijn vorstelijk gemoed:
dat is, dat ik mag sterven
met eren in dat veld,
een eeuwig rijk verwerven
als een getrouwen held.

Niet doet mij meer erbarmen
in mijnen wederspoed
dan dat men ziet verarmen
des Konings landen goed.
Dat u de Spanjaards krenken,
o edel Neerland zoet,
als ik daaraan gedenke,
mijn edel hart dat bloedt.

Als een prins opgezeten
met mijner heires-kracht,
van den tiran vermeten
heb ik den slag verwacht,
die, bij Maastricht begraven,
bevreesde mijn geweld;
mijn ruiters zag men draven
zeer moedig door dat veld.

Zo het den wil des Heren
op dien tijd had geweest,
had ik geern willen keren
van u dit zwaar tempeest.
Maar de Heer van hierboven,
die alle ding regeert,
die men altijd moet loven,
en heeft het niet begeerd.

Zeer christlijk was gedreven
mijn prinselijk gemoed,
standvastig is gebleven
mijn hart in tegenspoed.
Den Heer heb ik gebeden
uit mijnes harten grond,
dat Hij mijn zaak wil redden,
mijn onschuld maken kond.

Oorlof, mijn arme schapen
die zijt in groten nood,
uw herder zal niet slapen,
al zijt gij nu verstrooid.
Tot God wilt u begeven,
zijn heilzaam woord neemt aan,
als vrome christen leven,-
't zal hier haast zijn gedaan.

Voor God wil ik belijden
en zijner groten macht,
dat ik tot genen tijden
den Koning heb veracht,
dan dat ik God den Heere,
der hoogsten Majesteit,
heb moeten obediëren
in der gerechtigheid.

Dit is de complete tekst van het Wilhelmus, precies zoals die te lezen is in dat Geuzenliedboek van 1577. De beginletters elk couplet vormen samen de naam WILLEM VAN NASSOV (Nassau). Meestal worden alleen het eerste en het zesde couplet gezongen.

EEN NIEUW CHRISTELICK LIEDT, GHEMAECT TER EEREN DES DOORLUCHTICHSTEN HEEREN, HEERE WILHELM PRINCE VAN ORAENGIËN, GRAVE VAN NASSOU, PATRIS PATRIA, MIJNEN G. FORSTEN ENDE HEEREN, WAER VAN DEERSTE CAPITAEL LETTEREN VAN ELCK VEERS SYNER F.G. NAME METBRENGEN

Na de wijse van Chartres

Home

Veroordeeld

Een oproerkraaier
Pieter Hendrickszn Beusemaecker is op 31 december 1574 veroordeeld voor het zingen van het Wilhelmus, zo blijkt uit het confessieboek. Confessie betekent letterlijk ‘bekentenis’. In een confessieboek zijn de verhoren door de schout opgetekend, evenals de bekentenis van de misdadiger en de uiteindelijke veroordeling.

Het Wilhelmus
Toen de Nederlanden in de 2de helft van de 16de eeuw in opstand kwamen tegen het gezag van de Spaanse koning en de katholieke Kerk, wierp Willem van Oranje zich op als voorvechter van het protestantisme. Het ‘Wilhelmus’ werd geschreven om de aanhangers van de prins van Oranje, de geuzen, een hart onder de riem te steken. Vanaf 1932 is het Wilhelmus het Nederlandse volkslied.

Zingende geuzen
Volgens het confessieboek had Pieter Hendrikszn Beusemaecker het lied op een schip geleerd. De geuzen hadden steeds meer succes. Op 1 april 1572 wisten zij Den Briel te veroveren. Vanaf dat moment vielen steeds meer delen van Holland en Zeeland in handen van de geuzen. Maar Amsterdam bleef nog jarenlang op de hand van de Spanjaarden.

Straf
Amsterdam zou pas in 1578 met de zogenaamde alteratie de kant van de prins en het protestantisme kiezen. Voor die tijd werden volgelingen van Willem van Oranje in Amsterdam streng gestraft. Personen die in contact stonden met de prins konden zelfs opgehangen worden.
Bidden om vergiffenis
Pieter Hendrikszn Beusemaecker had bij het verlaten van de Oude Kerk een vers of 2 gezongen van het “Lyedeken beginnen[de] wilhelm van nassouwe ben Ick van duytsche bloet etc.” Pieter kwam er genadig vanaf. De schepenen veroordeelden hem tot het bidden om vergiffenis en het betalen van de kosten van zijn gevangenschap.

 Home

 


Hofman, E., Ken je Wilhelmus ?! + CDBert Hofman

Ken je Wilhelmus?!

Met CD

Prijs Euro 9,95 

Iedere Nederlander moet de coupletten 1 en 6 van het Wilhelmus kunnen meezingen. Dit prachtig uitgevoerde boekje is een handig hulpmiddel bij het leren van het Wilhelmus. Een cd met eenvoudige én fraaie bewerkingen van het Wilhelmus ontbreekt niet!

Iedere Nederlander - zowel autochtoon als allochtoon - moet weten waar het Wilhelmus, als nationaal symbool, vandaan komt. Natuurlijk moet je ook weten wát je zingt. In Ken je Wilhelmus?! beschrijft de auteur op eenvoudige maar boeiende wijze, de betekenis en achtergrond (ontstaansgeschiedenis) van het volkslied en geeft uitleg bij de coupletten 1 en 6.

Gebonden. Hier te bestellen

  Home

Wilhelmus variant door Bennie Jolink, Normaal