Standbeelden ter ere van Willem van Oranje>
Image 13 of 14

Monument Slag bij Heiligerlee

In april 1568 trok Lodewijk van Nassau ( broer van Willem van Oranje-Nassau), met een klein leger vanuit het Duitse Emden langs de Dollard het Groningse land binnen. Al snel veroverde hij Wedde, Winschoten en Appingedam. Het leger van Lodewijk – het zogenaamde Geuzenleger – was inmiddels uitgegroeid tot ongeveer 700 man en bleef groeien tot een leger van enkele duizenden. Dit kwam doordat vrijwilligers, rondzwervende benden en Duitse huurlingen zich bij het leger aansloten. Ook broer Adolf had zich inmiddels met honderd tot tweehonderd ruiters bij de groep gevoegd. Zodra Alva (Spaanse landvoogd) lucht kreeg van de inval, stuurde hij de graaf van Arenberg met een leger naar het noorden. In Wittewierum kwamen de troepen elkaar tegen en vond een schermutseling plaats. De broers Lodewijk en Adolf, die aanvankelijk van plan waren Groningen in te nemen, besloten zich terug te trekken voordat hen de verbinding met Duitsland zou worden afgesneden. Op aandringen van zijn officieren zette de graaf van Arenberg de achtervolging in, zonder de beloofde versterking af te wachten. Veldslag. Met het leger van Arenberg op de hielen, stelden de troepen van Lodewijk zich bij Heiligerlee in een hinderlaag op. Toen in het begin van de avond van de 23e mei het Spaanse leger verscheen, werd het van drie kanten door het Geuzenleger verrast. Het Spaanse leger viel uiteen en werd spoedig verslagen. Binnen twee uur was de strijd gestreden en bedekten ruim 1500 dode lichamen het slagveld. Daaronder waren ook de lichamen van de graaf van Arenberg en van graaf Adolf van Nassau. Het doodvonnis van de 28 jarige Adolf was getekend op het moment dat zijn paard op hol sloeg en midden in de vijandelijke linies terechtkwam. Daar werd hij door de Spanjaarden gedood. In de strijd stierven in totaal vijftig geuzen. Het lichaam van graaf Adolf werd eerst in Wedde begraven, maar is later overgebracht naar Emden.