Willem van Oranje Actueel
 Prinses Máxima heeft de tentoonstelling -- "Maurits en het Oranjegeheim" -- geopend ! Nu in het legermuseum te Delft. 

 

Commentaar op de weerstand tegen het Wilhelmus als volkslied:

O Nederland, let op uw zaak. 

 

woensdag 17 oktober 2007 09:18 

De Vader des Vaderlands is boos  (ludiek)

Beeldvergroting: (de Volkskrant, vandaag)
(de Volkskrant, vandaag)
Beeldvergroting: Willem van Oranje: \'...DE Nederlander c\'est moi!...\'
Willem van Oranje: '...DE Nederlander c'est moi!...'

Het proefschrift van Leo Adriaenssen - Staatsvormend geweld, overleven in de frontlinies van de meijerij van Den Bosch - waarop hij 26 oktober promoveert aan de Universiteit van Tilburg, heeft voor grote commotie gezorgd in Oranjekringen.
Wordt onze geliefde Vader des Vaderlands beschuldigd van oorlogsmisdaden?
 
We bellen even met de grondlegger van Nederland in zijn woonplaats, het Duitse Dillenburg.
 
De Vader is boos.
 
'Furieux! Dit ies ene affront! Ieck heb ce matin téléphoné met Jean Pétèr. L'Université de Tileborg moet sluiten vandaag.'
 
- U hebt de MP gebeld - u kunt zich niet zelf verweren?
 
'Moi aussi, ieck val onder de responsabilité ministérielle. Ieck niet zeggen mag in openbaar: Princesse Maxima, c'est une crapule!'
 
- Maar waarom zoudt u Prinses Maxima in het openbaar een loeder willen noemen?
 
'Parce que zij gezegd heeft: DE Nederlander n'exciste pas. C'est incroyable! Ieder Nederlander weet: DE Nederlander c'est moi!'
 
- Dat is waar. In de hele discussie over de beruchte uitspraak van de Prinses, bent u niet eenmaal genoemd.
 
'Et voilá! Ik zegge u: Maxima heeft inspiré monsieur Adriaenssen d'écrire le proefskrift. Zij wil onttronen mij. Mais moi, ieck ben de grootste. Ieck DE Nederlander ben!'
 
- Gaat u stappen ondernemen?
 
'Ieck van plan ben te huren des uurlingen en te belegérèn de cité de Tiileborg. Tres longtemps. Avec de méthode de terre brulé, de versggroei...veskkroe.. de verchrrroei... Excusez moi. C'est te moeieliek.'


Portrettist Willem van Oranje aan vergetelheid ontrukt

ANP. AMSTERDAM - Velen hebben het portret dat Adriaen Thomasz. Key van Willem van Oranje maakte, gezien. Toch is zijn naam bij slechts weinigen bekend. Historicus Koenraad Jonckheere onttrekt de zestiende-eeuwse schilder, die ongeveer 24 jaar is geworden, aan de vergetelheid in zijn boek Adriaen Thomasz. Key. Portrait of a Calvinist Painter, dat volgende week wordt gepresenteerd.

Volgens Jonckheere zijn de portretten en historiestukken van Key stuk voor stuk pareltjes. In belangrijke musea als het Louvre in Parijs en het Prado in Madrid hangen schilderwerken van Key op zaal. Zijn artistieke opvattingen bekoorden zelfs Peter Paul Rubens.

Als het werk van Key (circa 1545 - circa 1589) wordt vergeleken met dat vantijdgenoten als Ambrosius Francken en Maarten de Vos, is volgens Jonckheere de conclusie onontkoombaar dat hij een van de succesvolste en meest getalenteerde kunstenaars in de decennia na de Beeldenstorm (1566) was. Schildertechnisch stond hij aan de top.

Jonckheere (1975) promoveerde in 2005 op een proefschrift over de veiling van de schilderijencollectie van koning-stadhouder Willem III (1650-1702). Hij werkt nu aan het onderzoeksproject Schilderkunst na de Hij werkt nu aan het onderzoeksproject Schilderkunst na de Beeldenstorm (1566-1585).

http://www.volkskrant.nl/kunst/article426427.ece/Portrettist_Willem_van_Oranje_aan_vergetelheid_ontrukt

Lezing: Nederlandse identiteit, 5 mei 2007,Job Cohen

 

Wilhelmus 75 jaar officieel volkslied van Nederland

DEN HAAG - Het Wilhelmus jubileert. Het is donderdag precies 75 jaar ons officiële volkslied. Op 10 mei 1932 koos de ministerraad voor het Wilhelmus als volkslied.
Wien Neêrlands bloed in d'aders vloeit van Hendrik Tollens, tot dan toe ook veelvuldig als volkslied aangeheven, verdween definitief naar een lager plan. In onze huidige multiculturele samenleving zou het al helemaal niet meer kunnen, vooral niet om de tweede versregel: Van vreemde smetten vrij.
Tollens' lied werd lange tijd afwisselend met het Wilhelmus gebruikt. Bij de inhuldiging van koningin Wilhelmina in 1898 klonk het Wilhelmus. Het lied had ook de voorkeur van de jonge vorstin.
Het Wilhelmus werd in of rond 1570 gedicht als ode aan Willem van Oranje, vermoedelijk door Marnix van Sint Aldegonde. De (oudere) muziek is waarschijnlijk afkomstig uit Frankrijk, waar het de melodie zou zijn geweest van een soldatenlied. In 1581 verscheen de Nederlandse versie van het Wilhelmus voor het eerst in druk, aldus Koos Smit van De Oranjekoepel.
Tollens won in 1816 weliswaar een volksliedprijsvraag met zijn Wien Neêrlands bloed, maar het oude Wilhelmus bleef fungeren als 'dynastieke hymne' of 'Koningslied'.

Vooral in het buitenland begrepen ze er niks meer van: Wat was nu eigenlijk het Nederlandse volkslied? De ministerraad hakte mede daarom precies 75 jaar geleden de knoop maar eens door. Ook al geen gek idee omdat de NSB een jaar eerder was opgericht.
Genoemde Oranjekoepel maakt zich in onze dag flink zorgen om de gebrekkige kennis van nogal wat Nederlanders van het volkslied en is onder meer bezig met het ontwerpen van lesbrieven voor het onderwijs.

Wilhelmus op een bankpas

Door PETER VAN DEN BELT

Geplaatst: 23-03-2007 | 09:47

REEUWIJK - Schrijf je rijd of rijdt? Hoe bereken je de inhoud van een cilinder en wat is de tekst van het Wilhelmus? Het Reeuwijkse bedrijf Global iD Services biedt Nederland basiskennis aan op een kaart met het formaat van een bankpasje. Global iD, onderdeel van Fier Holdings, is gespecialiseerd in toepassingen van kaarten.
Er zijn pasjes voor beveiliging, zoals toegangskaarten, maar ze ontwerpen in Reeuwijk ook klantkaarten en andere innovatieve kaartconcepten zoals de Taalkaart. Die biedt een beknopt overzicht van hoe het ook al weer zit met het gebruik van de werkwoordsvormen. Volgens het bedrijf is de kaart nuttig voor iedereen die wel eens twijfelt over het toepassen van d’s en t’s.

,,Uit recent onderzoek van de HBO-raad bleek dat het slecht gesteld is met de taalkennis. Zestig procent van de pabo-studenten zakte eind 2006 voor een taaltoets op het niveau van de hoogste groep van de basisschool. Dat was voor ons de aanleiding om de Taalkaart te ontwikkelen,’’ zegt Monique van Toor van Global iD Services. ,,De vraag daarbij was, wat kun je op kaartformaat doen?’’

Voor de beknopte tekst op de kaart werd samengewerkt met het onderwijs. Van Toor: ,,De inhoud is getoetst door neerlandici. Je moet de kaart zien als een geheugensteuntje dat gemakkelijk in je portemonnee past of handig is op je bureau.’’

Van Toor heeft de kaart zelf nog niet nodig gehad. ,,Ik heb een redelijke kennis van de Nederlandse taal, maar wanneer ik de kaart in mijn omgeving uitdeel zijn mensen enthousiast. Iedereen twijfelt wel eens en dan is deze kaart een oplossing. Ook elders wordt de kaart goed ontvangen.’’

Global iD heeft zoveel vertrouwen in de belangstelling voor de Taalkaart dat er al 200.000 zijn gedrukt. Verder gaat de eerder uitgebrachte Rekenkaart in revisie en komt het bedrijf rond Koninginnedag met de Wilhelmuskaart die inmiddels in concept gereed is. Daar op staat de tekst van het eerste en zesde couplet en een korte beschrijving van wie Willem van Oranje ook al weer was.
vertelt de prins sinds vorige week op een leuke doetentoonstelling zelf zijn levensverhaal aan ouderen, maar vooral ook aan kinderen.

 

Maurits laat kanonnen bulderen in Delft
Zeventien jaar oud zijn en dan je vermoorde vader opvolgen als legeraanvoerder, dat is niet eenvoudig. Prins Maurits (1567-1625) had geen keus, toen prins Willem van Oranje in 1584 werd neergeschoten. Met succes nam hij de taak op zich. In het Legermuseum in Delft

Prinses Máxima kwam er vorige week speciaal voor naar Delft. Met behulp van kinderen van de Prins Mauritsschool uit de stad opende zij de tentoonstelling ”Maurits en het oranje geheim”. Aanvankelijk versperden hellebaardiers haar de weg, maar nadat een van de kinderen een oorkonde had voorgelezen en het ”In naam van Oranje doe open de poort” had geklonken, kreeg de prinses vrije doorgang.

Prins Maurits is het waard dat hij in het Legermuseum de volle aandacht krijgt. Hij ontpopte zich al jong als kundig legeraanvoerder en vanaf ongeveer 1600 was hij onbetwist de grootste strateeg van Europa.

Voortdurend was hij op zoek naar betere krijgstechnieken. Hij bestudeerde daarvoor alles wat er over was geschreven. De krijgskunde zag hij als een soort wetenschap.

Samen met zijn grote vriend, de wetenschapper Simon Stevin, vond hij bijvoorbeeld de keermars of contramars uit. De vijand was volgens prins Maurits te verslaan met een regen aan kogels. Die regen was echter moeilijk te realiseren, omdat het lang duurde voordat een musket opnieuw was geladen. Maurits stelde daarom musketiers in rijen op. De voorsten schoten, renden daarop naar achter, laadden hun musket opnieuw en schoven al ladend weer op naar voren tot ze weer op de voorste rij stonden. Prins Maurits wist met deze tactiek menige slag te winnen.

De ster van de prins rees in Europa, zo vertellen de samenstellers van de expositie. De verhalen over zijn militaire successen deden de ronde. Buitenlandse legerofficieren kwamen speciaal naar de Lage Landen om van de krijgsverrichtingen te leren.

Discipline
Niet alleen het moderne wapentuig gaf de legers van Maurits een voorsprong. Prins Maurits wist ook dat hij goed voor zijn mannen moest zorgen, en dat deed hij. De soldaten hadden veelal een goedgevulde beurs en een goedgevulde maag. Op de tentoonstelling neemt gids Maurits de bezoekers dan ook als eerste mee naar de herberg.

Uitspattingen bestrafte prins Maurits overigens streng. Orde en discipline maken een leger sterk, was zijn overtuiging. Een ordonnantie in het Legermuseum laat zien dat de straffen niet mals waren. Op nummer 1 staat het vloeken: „Allereerst, degene die de naam des Heeren ijdel voert of blasfemeert, zal de eerste keer drie dagen in de gevangenis op water en brood gesteld worden, en voor de tweede keer zijn tong met een gloeiend ijzer doorstoken en voorts ontwaardigd worden tot op zijn hemd, en verbannen uit de Verenigde Provinciën.” Dat waren andere tijden. Jammer dat op de tentoonstelling zelf op twee plaatsen vrij grof taalgebruik klinkt.

De bezoeker ontmoet de prins ook in zijn werkkamer, waar hij bijna levensecht van achter zijn boeken over zijn strijd tegen de Spanjaarden vertelt. „Ik vecht met verstand, niet uit blinde haat.” Als hij vijandelijke officieren krijgsgevangen maakte, behandelde hij hen daarom met „ridderlijke eer.”

In dit deel van de tentoonstelling hangt ook de mooie lijfspreuk van de prins: ”Uiteindelijk wordt het takje een boom”. De spreuk is een verwijzing naar de door een moordenaar afgehouwen stronk Willem van Oranje, waar een stevige boom uit groeit: prins Maurits.

Slagveld
Daarna trekt de bezoeker als het ware het slagveld op. Legertenten, kisten, loopgraven, de chirurgijn. Vanuit een huifwagen is een animatie te zien van de slag om ’s-Hertogenbosch: veel kanongebulder en wapengekletter. Het geeft een aardige indruk van het harde soldatenbestaan in de 16e eeuw.

In het nagebouwde -wat te modern vormgegeven- tuighuis liggen en hangen tal van wapens die door Maurits’ soldaten en andere legers uit die tijd zijn gebruikt. Aardig detail is dat het gebouw waarin het Legermuseum is gevestigd, in Maurits’ tijd het grootste wapen- en munitiedepot van de Lage Landen was.

Het tuighuis levert heel wat aardige scrabblewoorden op: kuras (harnas voor het bovenlijf), morion (soort helm), sappeur (loopgravengraver) en walbus (groot en zwaar musket). Leerzaam is dat een kanon vele varianten kent: van licht (falkonet) via veldstuk en halve kartouw naar zwaar (kartouw).

Schoolprogramma
De tentoonstelling is vooral gericht op kinderen. „Er is veel belangstelling vanuit het basisonderwijs. In de groepen 7 en 8 komt de gouden eeuw aan bod. Deze tentoonstelling sluit daar goed op aan”, vertelt Nienke Heester van het Legermuseum. „Voor schoolklassen kunnen we de presentaties op de schermen aanpassen met een speciaal educatief programma. De klassen worden opgedeeld in groepjes. Elke groep krijgt een andere soldatenhelm op en gaat vragen beantwoorden. De computer slaat de antwoorden op, en aan het einde van de ronde krijgen de groepen hun scores te zien en wat ze goed en fout hebben gedaan”, aldus Heester.

Boven de tentoonstelling, die tot 2010 blijft staan, hangt een loopbrug. Daar is meer diepgaande informatie over de Tachtigjarige Oorlog, de gouden eeuw, het Wilhelmus en de veldslagen van prins Maurits te vinden. Hier krijgt met name de volwassen bezoeker de extra informatie die hij zoekt. De betekenis van prins Maurits voor het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten krijgt in het Legermuseum geen aandacht. Religieus wapengekletter wordt belicht in andere musea in Nederland.

Meer informatie: tel. 015-2150500 en www.legermuseum.nl.

Zeventien jaar oud zijn en dan je vermoorde vader opvolgen als legeraanvoerder, dat is niet eenvoudig. Prins Maurits (1567-1625) had geen keus, toen prins Willem van Oranje in 1584 werd neergeschoten. Met succes nam hij de taak op zich. In het Legermuseum in Delft vertelt de prins sinds vorige week op een leuke doetentoonstelling zelf zijn levensverhaal aan ouderen, maar vooral ook aan kinderen.

Prinses Máxima kwam er vorige week speciaal voor naar Delft. Met behulp van kinderen van de Prins Mauritsschool uit de stad opende zij de tentoonstelling ”Maurits en het oranje geheim”. Aanvankelijk versperden hellebaardiers haar de weg, maar nadat een van de kinderen een oorkonde had voorgelezen en het ”In naam van Oranje doe open de poort” had geklonken, kreeg de prinses vrije doorgang.

Prins Maurits is het waard dat hij in het Legermuseum de volle aandacht krijgt. Hij ontpopte zich al jong als kundig legeraanvoerder en vanaf ongeveer 1600 was hij onbetwist de grootste strateeg van Europa.

Voortdurend was hij op zoek naar betere krijgstechnieken. Hij bestudeerde daarvoor alles wat er over was geschreven. De krijgskunde zag hij als een soort wetenschap.

Samen met zijn grote vriend, de wetenschapper Simon Stevin, vond hij bijvoorbeeld de keermars of contramars uit. De vijand was volgens prins Maurits te verslaan met een regen aan kogels. Die regen was echter moeilijk te realiseren, omdat het lang duurde voordat een musket opnieuw was geladen. Maurits stelde daarom musketiers in rijen op. De voorsten schoten, renden daarop naar achter, laadden hun musket opnieuw en schoven al ladend weer op naar voren tot ze weer op de voorste rij stonden. Prins Maurits wist met deze tactiek menige slag te winnen.

De ster van de prins rees in Europa, zo vertellen de samenstellers van de expositie. De verhalen over zijn militaire successen deden de ronde. Buitenlandse legerofficieren kwamen speciaal naar de Lage Landen om van de krijgsverrichtingen te leren.

Discipline
Niet alleen het moderne wapentuig gaf de legers van Maurits een voorsprong. Prins Maurits wist ook dat hij goed voor zijn mannen moest zorgen, en dat deed hij. De soldaten hadden veelal een goedgevulde beurs en een goedgevulde maag. Op de tentoonstelling neemt gids Maurits de bezoekers dan ook als eerste mee naar de herberg.

Uitspattingen bestrafte prins Maurits overigens streng. Orde en discipline maken een leger sterk, was zijn overtuiging. Een ordonnantie in het Legermuseum laat zien dat de straffen niet mals waren. Op nummer 1 staat het vloeken: „Allereerst, degene die de naam des Heeren ijdel voert of blasfemeert, zal de eerste keer drie dagen in de gevangenis op water en brood gesteld worden, en voor de tweede keer zijn tong met een gloeiend ijzer doorstoken en voorts ontwaardigd worden tot op zijn hemd, en verbannen uit de Verenigde Provinciën.” Dat waren andere tijden. Jammer dat op de tentoonstelling zelf op twee plaatsen vrij grof taalgebruik klinkt.

De bezoeker ontmoet de prins ook in zijn werkkamer, waar hij bijna levensecht van achter zijn boeken over zijn strijd tegen de Spanjaarden vertelt. „Ik vecht met verstand, niet uit blinde haat.” Als hij vijandelijke officieren krijgsgevangen maakte, behandelde hij hen daarom met „ridderlijke eer.”

In dit deel van de tentoonstelling hangt ook de mooie lijfspreuk van de prins: ”Uiteindelijk wordt het takje een boom”. De spreuk is een verwijzing naar de door een moordenaar afgehouwen stronk Willem van Oranje, waar een stevige boom uit groeit: prins Maurits.

Slagveld
Daarna trekt de bezoeker als het ware het slagveld op. Legertenten, kisten, loopgraven, de chirurgijn. Vanuit een huifwagen is een animatie te zien van de slag om ’s-Hertogenbosch: veel kanongebulder en wapengekletter. Het geeft een aardige indruk van het harde soldatenbestaan in de 16e eeuw.

In het nagebouwde -wat te modern vormgegeven- tuighuis liggen en hangen tal van wapens die door Maurits’ soldaten en andere legers uit die tijd zijn gebruikt. Aardig detail is dat het gebouw waarin het Legermuseum is gevestigd, in Maurits’ tijd het grootste wapen- en munitiedepot van de Lage Landen was.

Het tuighuis levert heel wat aardige scrabblewoorden op: kuras (harnas voor het bovenlijf), morion (soort helm), sappeur (loopgravengraver) en walbus (groot en zwaar musket). Leerzaam is dat een kanon vele varianten kent: van licht (falkonet) via veldstuk en halve kartouw naar zwaar (kartouw).

Schoolprogramma
De tentoonstelling is vooral gericht op kinderen. „Er is veel belangstelling vanuit het basisonderwijs. In de groepen 7 en 8 komt de gouden eeuw aan bod. Deze tentoonstelling sluit daar goed op aan”, vertelt Nienke Heester van het Legermuseum. „Voor schoolklassen kunnen we de presentaties op de schermen aanpassen met een speciaal educatief programma. De klassen worden opgedeeld in groepjes. Elke groep krijgt een andere soldatenhelm op en gaat vragen beantwoorden. De computer slaat de antwoorden op, en aan het einde van de ronde krijgen de groepen hun scores te zien en wat ze goed en fout hebben gedaan”, aldus Heester.

Boven de tentoonstelling, die tot 2010 blijft staan, hangt een loopbrug. Daar is meer diepgaande informatie over de Tachtigjarige Oorlog, de gouden eeuw, het Wilhelmus en de veldslagen van prins Maurits te vinden. Hier krijgt met name de volwassen bezoeker de extra informatie die hij zoekt. De betekenis van prins Maurits voor het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten krijgt in het Legermuseum geen aandacht. Religieus wapengekletter wordt belicht in andere musea in Nederland.

Meer informatie: tel. 015-2150500 en www.legermuseum.nl.
Zeventien jaar oud zijn en dan je vermoorde vader opvolgen als legeraanvoerder, dat is niet eenvoudig. Prins Maurits (1567-1625) had geen keus, toen prins Willem van Oranje in 1584 werd neergeschoten. Met succes nam hij de taak op zich. In het Legermuseum in Delft vertelt de prins sinds vorige week op een leuke doetentoonstelling zelf zijn levensverhaal aan ouderen, maar vooral ook aan kinderen.

Prinses Máxima kwam er vorige week speciaal voor naar Delft. Met behulp van kinderen van de Prins Mauritsschool uit de stad opende zij de tentoonstelling ”Maurits en het oranje geheim”. Aanvankelijk versperden hellebaardiers haar de weg, maar nadat een van de kinderen een oorkonde had voorgelezen en het ”In naam van Oranje doe open de poort” had geklonken, kreeg de prinses vrije doorgang.

Prins Maurits is het waard dat hij in het Legermuseum de volle aandacht krijgt. Hij ontpopte zich al jong als kundig legeraanvoerder en vanaf ongeveer 1600 was hij onbetwist de grootste strateeg van Europa.

Voortdurend was hij op zoek naar betere krijgstechnieken. Hij bestudeerde daarvoor alles wat er over was geschreven. De krijgskunde zag hij als een soort wetenschap.

Samen met zijn grote vriend, de wetenschapper Simon Stevin, vond hij bijvoorbeeld de keermars of contramars uit. De vijand was volgens prins Maurits te verslaan met een regen aan kogels. Die regen was echter moeilijk te realiseren, omdat het lang duurde voordat een musket opnieuw was geladen. Maurits stelde daarom musketiers in rijen op. De voorsten schoten, renden daarop naar achter, laadden hun musket opnieuw en schoven al ladend weer op naar voren tot ze weer op de voorste rij stonden. Prins Maurits wist met deze tactiek menige slag te winnen.

De ster van de prins rees in Europa, zo vertellen de samenstellers van de expositie. De verhalen over zijn militaire successen deden de ronde. Buitenlandse legerofficieren kwamen speciaal naar de Lage Landen om van de krijgsverrichtingen te leren.

Discipline
Niet alleen het moderne wapentuig gaf de legers van Maurits een voorsprong. Prins Maurits wist ook dat hij goed voor zijn mannen moest zorgen, en dat deed hij. De soldaten hadden veelal een goedgevulde beurs en een goedgevulde maag. Op de tentoonstelling neemt gids Maurits de bezoekers dan ook als eerste mee naar de herberg.

Uitspattingen bestrafte prins Maurits overigens streng. Orde en discipline maken een leger sterk, was zijn overtuiging. Een ordonnantie in het Legermuseum laat zien dat de straffen niet mals waren. Op nummer 1 staat het vloeken: „Allereerst, degene die de naam des Heeren ijdel voert of blasfemeert, zal de eerste keer drie dagen in de gevangenis op water en brood gesteld worden, en voor de tweede keer zijn tong met een gloeiend ijzer doorstoken en voorts ontwaardigd worden tot op zijn hemd, en verbannen uit de Verenigde Provinciën.” Dat waren andere tijden. Jammer dat op de tentoonstelling zelf op twee plaatsen vrij grof taalgebruik klinkt.

De bezoeker ontmoet de prins ook in zijn werkkamer, waar hij bijna levensecht van achter zijn boeken over zijn strijd tegen de Spanjaarden vertelt. „Ik vecht met verstand, niet uit blinde haat.” Als hij vijandelijke officieren krijgsgevangen maakte, behandelde hij hen daarom met „ridderlijke eer.”

In dit deel van de tentoonstelling hangt ook de mooie lijfspreuk van de prins: ”Uiteindelijk wordt het takje een boom”. De spreuk is een verwijzing naar de door een moordenaar afgehouwen stronk Willem van Oranje, waar een stevige boom uit groeit: prins Maurits.

Slagveld
Daarna trekt de bezoeker als het ware het slagveld op. Legertenten, kisten, loopgraven, de chirurgijn. Vanuit een huifwagen is een animatie te zien van de slag om ’s-Hertogenbosch: veel kanongebulder en wapengekletter. Het geeft een aardige indruk van het harde soldatenbestaan in de 16e eeuw.

In het nagebouwde -wat te modern vormgegeven- tuighuis liggen en hangen tal van wapens die door Maurits’ soldaten en andere legers uit die tijd zijn gebruikt. Aardig detail is dat het gebouw waarin het Legermuseum is gevestigd, in Maurits’ tijd het grootste wapen- en munitiedepot van de Lage Landen was.

Het tuighuis levert heel wat aardige scrabblewoorden op: kuras (harnas voor het bovenlijf), morion (soort helm), sappeur (loopgravengraver) en walbus (groot en zwaar musket). Leerzaam is dat een kanon vele varianten kent: van licht (falkonet) via veldstuk en halve kartouw naar zwaar (kartouw).

Schoolprogramma
De tentoonstelling is vooral gericht op kinderen. „Er is veel belangstelling vanuit het basisonderwijs. In de groepen 7 en 8 komt de gouden eeuw aan bod. Deze tentoonstelling sluit daar goed op aan”, vertelt Nienke Heester van het Legermuseum. „Voor schoolklassen kunnen we de presentaties op de schermen aanpassen met een speciaal educatief programma. De klassen worden opgedeeld in groepjes. Elke groep krijgt een andere soldatenhelm op en gaat vragen beantwoorden. De computer slaat de antwoorden op, en aan het einde van de ronde krijgen de groepen hun scores te zien en wat ze goed en fout hebben gedaan”, aldus Heester.

Boven de tentoonstelling, die tot 2010 blijft staan, hangt een loopbrug. Daar is meer diepgaande informatie over de Tachtigjarige Oorlog, de gouden eeuw, het Wilhelmus en de veldslagen van prins Maurits te vinden. Hier krijgt met name de volwassen bezoeker de extra informatie die hij zoekt. De betekenis van prins Maurits voor het conflict tussen remonstranten en contraremonstranten krijgt in het Legermuseum geen aandacht. Religieus wapengekletter wordt belicht in andere musea in Nederland.

Meer informatie: tel. 015-2150500 en www.legermuseum.nl.
Zeventien jaar oud zijn en dan je vermoorde vader opvolgen als legeraanvoerder, dat is niet eenvoudig. Prins Maurits (1567-1625) had geen keus, toen prins Willem van Oranje in 1584 werd neergeschoten. Met succes nam hij de taak op zich. In het Legermuseum in Delft vertelt de prins sinds vorige week op een leuke doetentoonstelling zelf zijn levensverhaal aan ouderen, maar vooral ook aan kinderen.

Prinses Máxima kwam er vorige week speciaal voor naar Delft. Met behulp van kinderen van de Prins Mauritsschool uit de stad opende zij de tentoonstelling ”Maurits en het oranje geheim”. Aanvankelijk versperden hellebaardiers haar de weg, maar nadat een van de kinderen een oorkonde had voorgelezen en het ”In naam van Oranje doe open de poort” had geklonken, kreeg de prinses vrije doorgang.

:RVD

ACTE VAN REDEMPTIE VAN ’T BOSCH VAN DEN HAGE

Door Yvonne Stigter.

Het Malieveld in Den Haag heeft flink te lijden gehad van de hitte en droogte in juli 2006. Staatsbosbeheer zit er niet mee. Het komt vanzelf weer goed. Het Malieveld en het Haagse Bos hebben in de loop der eeuwen wel meer moeten doorstaan dan een hete zomer. Het Malieveld, een gekapt deel van het Haagse Bos, is genoemd naar een populair spel uit de 17e eeuw. Er werd een speciale maliebaan voor aangelegd, waarop een bal met een stok richting een paal moest worden geslagen.

Tijdens de 80-jarige oorlog heeft het bos het zwaar te verduren gehad. Een zesde deel van de eiken werd gekapt om schansen tegen de Spanjaarden te bouwen. Omdat Den Haag geen stadsmuren had, was het moeilijk te verdedigen. De Spanjaarden roofden het moeizaam gekapte hout en gebruikten het in 1573 bij de belegering van Leiden. De Staten van Holland en West-Friesland beheerden het Haagse Bos, en waren in 1575 van plan het te verkopen om oorlogsschulden af te lossen. De burgers protesteerden fel en op 16 april 1576 ondertekende Willem van Oranje de Acte van Redemptie, waarin werd bepaald dat het Haagse Bos (inclusief het deel dat later Malieveld ging heten) moest blijven zoals het was en nooit verkocht mocht worden. Die acte is nog steeds van kracht. Wel lopen er twee grote wegen door het bos, maar de bouw van onder meer het Vredespaleis en ministeries is altijd tegengehouden omdat tegenstanders zich beroepen op de acte.

Ik vermoed dat die wordt bewaard in het Gemeentearchief. Een medewerker beaamt dat, maar moet teleurgesteld toegeven dat hij hem niet kan vinden. Hij vertelt dat de tekst van de acte is opgenomen in een boekje, getiteld Die Haghe, uit 1905. Ik doe met succes een beroep op het Depot (van de Koninklijke bibliotheek, YS). De tekst van de acte beslaat krap 3 kantjes, en bestaat uit één lange, ademloze zin. De oorspronkelijke acte is verloren gegaan, maar in het Gemeentearchief moet zich wel een gewaarmerkte kopie uit 1593 bevinden. Ik heb het archief een kopie gestuurd, die men stilzwijgend heeft aanvaard.

Gedaen tot Delff den XVI Aprilis XVc sessent zeventich ende was ondergeteijckent Guillaume de Nassou.

Legermuseum  Delft richt de blik op Tachtigjarige Oorlog

DELFT - Het Lermuseum in Delft krijgt ee nieuwe attractie waarbij de Tachtigjarige Oorlog (1568-1648) centraal staat.
De nu ongebruikte tweede verdieping zal hiertoe worden omgetoverd tot een levensecht decor met een zestiende-eeuwse-herberg (waarin ook volop rumoer te horen zal zijn), een slagveld en een exact nagebouwd arsenaal vol wapens, harnassen en helmen. De publiekstrekker richt zich met name op jongeren van acht tot twaalf jaar en wordt in maart geopend. Hij blijft deel uitmaken van de vaste opstelling van het museum tot de voorgenomen verhuizing in 2011; dan zal de totale collectie het monumentale pand aan de Korte Geer verlaten en krijgt deze een plek in een ‘defensiemuseum’ in Soesterberg.

 

               

De gedachte achter de nieuwe expositie is, dat vrijwel iedereen bekend is met het begrip ‘Tachtigjarige Oorlog’, maar dat velen het antwoord schuldig moeten blijven op vragen naar de details van bijvoorbeeld de Slag bij Nieuwpoort, Leidens ontzet, Willem van Oranje en de rol van de Spanjaarden. Zij heersten over Holland, totdat Willem van Oranje, gesteund door de Geuzen, een onafhankelijkheidsstrijd ontketende. Na de moord op deze ‘Vader des Vaderlands’ in 1584 in het nog altijd bestaande Prinsenhof in Delft, ontpopte zijn zoon Maurits zich tot opvolger.

Diezelfde Maurits zal straks als ‘gids’ optreden: hij spreekt de bezoekers toe via beeldschermen en geluidsboxen, neemt ze mee door de tijd en geeft opdrachtjes.

Meer informatie Legermuseum Delft


Oranjegevoel: leuk en zinvol

Door Coos Huijsen

Dinsdag 30 januari 2007 - Amerikanen en Fransen zijn zich zeer bewust van hun gemeenschappelijke verleden. Nederlanders weten daar een stuk minder van. Ze moeten meer leren over de vrijheid en verdraagzaamheid die aan de stichting van ons land ten grondslag liggen, vindt De Oranjekoepel. Dat komt de onderlinge band ten goede.

Lees meer 

 

Zondag 21 JANUARI 2007:

DE TELEGRAAF:

"Volk moet Wilhelmus weer leren"

APELDOORN, zondag 21-01-2007

Wie was Marnixvan St.-Aldegonde? Wanneer werd zijn "Wilhelmus"uit 1570 eigenlijk ons volkslied en waar gaat het allemaal over? Deze en vele andere vragen moeten voor Nederlanders weer gesneden koek worden als het ligt aan de Oranjekoepel die gistermiddag is opgericht.

De Oranjekoepel is een platvorm van vijf samenwerkende organisaties en twee historici die het oranjegevoel onder de bevolking willen versterken. Dat gebeurt onder meer met een Wilhelmus campagne. Niet alleen moet iedereen het eerste en zesde couplet weer kunnen meezingen, maar vooral moet heel Nederland de historie van het volkslied weten.

 

 

NIEUW: De Oranjekoepel

APELDOORN - Vijf organisaties die zich bezighouden met de monarchie en het Huis van Oranje hebben samen een nieuw platform opgericht om het Oranjegevoel onder de bevolking te versterken. Dit platform, de Oranjekoepel, wil tevens de discussie over de constitutionele monarchie en de relatie van het Huis Oranje Nassau met de bevolking bevorderen.
 
Dat hebben de organisaties dinsdag bekendgemaakt. Aan de Oranjekoepel doen Museum Paleis Het Loo, de Bond van Oranjeverenigingen in Nederland, Museum Oranje & Buren, de stichting Hofleveranciers in Nederland en de stichting Je Maintiendrai Nassau mee. Historici A. van Cruyningen en C. Huijsen zijn als adviseur aan de koepel verbonden. De Oranjekoepel wordt volgende week zaterdag officieel in Apeldoorn opgericht.

 

FEBRUARI 2007

De scholieren Arnout, Patrick, Wouter en Anton maken een werkstuk over de invloed die Willem van Oranje had in de Republiek der Zeven Verenigde Nederlanden.

In hun eigen woorden:

" Wij hebben gekozen voor Willem van Oranje
omdat hij in onze ogen ervoor heeft gezorgd dat wij vandaag de dag
Nederlands spreken, gedragen en zijn. Hij is voor ons de Grootste
Nederlander. Het is alleen jammer dat veel boeken en sites alleen maar over
zijn leven gaan en niet over na zijn dood, terwijl zijn invloed misschien
wel belangrijker was dan zijn leven.
Als we het werkstuk terug hebben (wat ongeveer in februari zal zijn) sturen
we hem op."

Nieuw oranjemuseum Diepenheim:

DIEPENHEIM
Met de opening van het Oranjemuseum Nieuwe Haghuis gaat een grote wens van hem in vervulling. ‘Eigenlijk is het nog mooier dan ik mijn stoutste dromen heb gedroomd’, zegt Herman Veltkamp, voorzitter van de stichting die het museum gaat exploiteren. Trots staat hij met mede-bestuurslid Cor Barends voor het tegeltableau in de schouw van de ontvangstruimte. Het is exclusief voor het museum ontworpen vervaardigd door Koninklijke Tichelaar in Makkum. Met rechts het portret van koningin Beatrix, in het midden prins Willem van Oranje en links prins Maurits. Het was deze hoogheid die in 1597 enkele dagen verbleef op Erve Nieuwe Haghuis. Sindsdien verzamelen de bewoners van deze boerderij aan de Prinsendijk in Diepenheim artikelen die met het Huis van Oranje te maken hebben. ‘De collectie is nu zo uitgebreid dat ze een museum waard is’, zegt Veltkamp wiens familie nu een boerenbedrijf op Nieuwe Haghuis heeft.
Speciaal voor het museum is een schuur opgeknapt en ingericht. Op de begane grond en de eerste etage zijn expositieruimten ingericht. Met de bouw en inrichting van het museum is ongeveer 521.00 euro gemoeid. Veertig procent hiervan komt van de Europese Unie, de gemeente en provincie betalen 15 procent, fondsen dragen 20 procent bij. Zelfwerkzaamheid levert het restant op.
Ook bij het beheer van het museum zijn tal van vrijwilligers betrokken. Waaruit volgens Barends en Veltkamp blijkt dat het draagvlak voor het museum in Diepenheim breed is. Wat het nieuwe museum in Diepenheim van de drie andere oranjemusea in Nederland onderscheidt is bijvoorbeeld de collectie van 800 herdenkingsborden. Het oudste bord is uit 1780. ’Elke lid van het Huis van Oranje heeft en vitrine met borden. Enkele van de borden zijn nummer twee uit de serie. Het eerste exemplaar gaat naar het koninklijk huis. Het museum exposeert ook schilderijen, borduurdoeken, foto’s en boeken. Op een monitor zijn films te zien van bijzondere evenementen van het Oranjehuis, waaronder de trouwplechtigheid prins Willem Alexander en prinses Maxima. Met thema-exposities haakt het museum op de actualiteit zoals Prinsjesdag en kerst, wanneer een tafel wordt gedekt met koninklijk servies. Hiervoor zorgt Sietse Visser, oud werknemer van Warmelo, het kasteel in Diepenheim waar prinses Armgard woonde. Ook Twents boeren antiek is er te zien. Veltkamp: ‘Dat past goed bij de sfeer van dit gebouw.’ De tuin van het museum ademt de sfeer van de Oranjes met bomen en planten die naar hen zijn genoemd.
Het museum is op dinsdag, donderdag, en zaterdag van van 13 tot 17.00 uur open. Groepen zijn - op afspraak - ook op andere momenten welkom. Tijdens de Open Monumentendagen (zaterdag en zondag) is het museum van 10 tot 16 uur geopend.

 

13000 brieven Willem van Oranje online !

Dertienduizend brieven van en aan Willem van Oranje zijn 'gewoon' te vinden op het internet.

 Onderzoekers van het Instituut voor Nederlandse Geschiedenis hebben de correspondentie samengebracht. De brieven zijn afkomstig uit archieven en bibliotheken binnen en buiten Nederland.

Het project wil een zo volledig mogelijk overzicht geven van de bewaard gebleven correspondentie gericht aan of afkomstig van Willem van Oranje (1533-1584), gebaseerd op onderzoek gedaan in bijna 200 archieven en bibliotheken in Nederland, België, Denemarken, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Italië, Oostenrijk, Polen, Spanje, Vaticaanstad, Zweden en Zwitserland. De database bevat behalve brieven ook commissies, rekesten, instructies en redevoeringen.

Het aantal getraceerde documenten bedraagt bijna dertien duizend. Van de meeste brieven en documenten zijn afbeeldingen verzameld. De films en kopieën zijn gescand en de scans zijn in een beeldbank bijeengebracht. Deze digitale opnamen zijn gekoppeld aan de briefnummers in de databank, die kerngegevens over elk document bevat. Het project maakt onderzoek op verschillende niveaus mogelijk naar de internationale contacten van Willem van Oranje, die binnen de Nederlanden en de betrekkingen van de prins met zijn Duitse familie en andere (aan)verwanten.

Brieven Willem van Oranje